Going Underground #10: Text
Verduidelijkende tekst bij het ontwerp (Research en Final Design)
In deze finale nota zullen we het traject beschrijven dat we hebben afgelegd en ons ontwerp in een aantal aspecten toelichten. Geïnspireerd door het boek ‘Notes on the Underground’ wilden we iets doen rond de impact die de mens heeft op deze planeet. We zaten met de vraag hoe we de ondergrond daarbij konden inzetten. Via vloten opgebouwd uit containers zijn we uiteindelijk terecht gekomen bij een groeiscenario van drijvende ecosystemen.
Het allereerste idee was om een volume grond uit te graven en er vlak naast een berg mee te maken. Zowel de berg als in het dal zou een geschikte bestemming krijgen en meer oppervlakte creëren. Naar schatting heeft de mens 2 x de oppervlakte van Europa, zo’n 20 miljoen km² reeds verwoest. Deze strategie, het grootschalig ingrijpen in landschap en reliëf, kon niet garanderen dat daarmee onze afdruk op deze planeet niet nog hoger werd.
En wat doen we met de bestaande steden, waar het grootste deel van de wereldbevolking zich concentreert. Meer dan 70% leeft in steden waarbij 11 van die 15 grootste wereldsteden aan de kust gelegen zijn. Deze steden zijn explosief gegroeid door globalisatie en zijn sterk afhankelijk van lokale hulpbronnen in het hinterland. Door deze groter wordende reikwijdte kan ook de voetafdruk per hoofd bevolking veel groter worden dan wat de eigen omgeving kan produceren en voorzien. Op dezelfde manier kan een rijk land voor eigen rekening, maar ook voor eigen belang, aan de andere kant van de wereld een onontgonnen gebied exploiteren zonder daarbij de biodiversiteit van het gebied te ontzien. In Europese landen als Griekenland, Groot-Brittannië en België is de voetafdruk reeds 5 maal zo hoog als de briocapaciteit. Als iedereen op deze manier zou leven, zouden we vijf planeten nodig hebben. Een andere oorzaak naast overconsumptie waardoor de mens het milieu aantast is de pollutie en verontreiniging. Kooldioxide is een broeikasgas dat door de verbranding van fossiele brandstoffen in de atmosfeer terecht komt. De temperatuur van de aarde stijgt en dat heeft tot gevolg dat ook het zeepeil stijgt, gletsjers smelten en windhozen in snelheid toenemen. Meer frequente overstromingen en droogten zijn hiervan een uitwerking. Steden aan zee zijn voor deze klimaatverandering zeer kwetsbaar. In vele ontwerpprojecten voor urbane gebieden wordt deze problematiek uitgespeeld. Het overstromingsgebied van de Thames waar London op gebouwd is dreigt onder te lopen. Het hergebruik van ontmantelde booreilanden tot drijvende leefomgeving woonplatforms is zo’n manier om het contact met de natuur herstellen en de rivier haar overstromingsgebied terug te geven
De tegenstelling die zich hier aandient is die tussen landwinningprojecten en drijvende eilanden. Waarom zouden we, zoals de deltawerken, geen grote oppervlaktes van de zee herwinnen? Drijvende eilanden lijken hier door meerdere opzichten het pleit te winnen. Ze beschadigen allereerst geen ecosystemen. Ze zijn makkelijker op te bouwen dan landwinningprojecten en kunnen door een modulaire opbouw makkelijk geprefabriceerd worden op het land vanwaar ze drijven naar hun locatie. Ze zijn tevens bestand tegen aardbevingen en overstromingen en leiden niet tot bodemverzakking. Maar toch werpt de keuze voor een drijvend eiland en daarmee water als ondergrond vele vragen op. Zal het eiland zich aan de kust bevinden en een ondersteunende en complementaire rol spelen voor en vanuit een moederstad. Of gaan we voor een universeel drijvend eiland dat, bij wijze van spreken, de wereld kan rondreizen en autarkisch is? Wat is de schaal en hoeveel mensen zullen er wonen? Hoe zal de vorm eruitzien en uit welk materiaal is het opgebouwd? Hoe verplaatsen mensen zich en zullen de eilanden gemakkelijk kunnen worden gekoppeld tot archipels?
Via het onderzoek in de beginfase waren we terechtgekomen bij de modulariteit van containers. Meer en meer zijn lege containers een doorn in het oog voor landen met een hoge export, die soms illegaal worden gedumpt op verlaten stranden of in zee. Nochtans hebben containers reeds hun nut bewezen als universele, modulaire en bestendige kisten in woonprojecten en is staal een recycleerbaar materiaal. Niettemin, het gebruik van een containers zou alleen dán interessant als ze voortdurend kunnen wisselen van plaats zoals in containerterminals. Maar hoe is dit mogelijk in een pluriforme en multifunctionele gegeven als een stad?
Maar dit was voor ons niet de hoofdreden om niet met containers in zee te gaan. De reden waarom mensen in een stad gaan wonen is omdat de stad aantrekkelijk is en beschikt over voorzieningen zoals onderwijs, cultuur, zorg, werk en woongelegenheid. De container als basisbouwsteen kan dan een universeel en recycleerbare unit zijn, haar naakte uitstraling is hard en koud en vereist grote aanpassingen. Het toepassen van de container op grote schaal simuleert geen leefomgeving die tot de verbeelding spreekt en op kleine schaal laat zijn ze weinig vrijheid tot inrichting. We hadden iets gemaakt dat het wonen op zee duidelijk ontmoedigde. Dit is helemaal niet verwonderlijk. Als van nature hebben we de neiging om wonen op zee, niet als iets onmogelijks, dan wel als iets onmenselijks te beschouwen. Door de eeuwen heen heeft de mens altijd een fragiel evenwicht gehandhaafd tussen de natuurelementen water, aarde, lucht, vuur. Een overwicht van één van deze elementen ontwricht deze balans. Het is voor de mens niet vanzelfsprekend om op zee, in de grond of in de lucht te wonen. Toch ontstaat het wonen van de mens altijd uit een strijd met die elementen. Wolkenkrabbers in Shanghai, drijvende woongemeenschappen in de baai van Ha Long of uitbreidingen van de ondergrondse metros in Montreal zijn hier goede oorbeelden van. In tijden van klimaatverandering is de mens zich goed bewust geworden van zijn impact op het milieu. Hele habitats fauna en flora worden vernield of tot eilanden gedegenereerd. Overconsumptie, vervuiling en de gevolgen van een globale economie leiden tot de vernietiging van de biodiversiteit van onze planeet. We zijn kortom te succesvol geworden in het overwinnen van de natuur door de mogelijkheden die het industriële tijdperk met zich mee heeft gebracht.
ONTWERP
1. locatie
De locatie van ons drijvend eiland kan zich of bevinden in open water ( de oceaan), kustwater ( binnen 12 kilometer van de kust) en beschermde wateren. Wij hebben hierbij gekozen voor kustwateren. Hoe verder het eiland is verwijderd van de kustlijn, hoe hoger de constructiekosten en de reiskosten voor haar bewoners naar het vasteland. Tevens is door de nabijheid van een stad een win-win situatie voor beide mogelijk door complementaire voorzieningen en functies. Ook blijven hierdoor de groei- en schakelmogelijkheden gegearandeerd.
2. schaal
De schaal van het eiland werd bepaald aan de hand van de benodigde oppervlakte per inwoner, wat niet resulteerde in hoge densiteiten, maar een gebalanceerd geheel van globaal genomen ecosystemen. 1.8 gha per inwoner is een mondiale gemiddelde productie- en absorptiecapaciteit opdat de aarde zich zou kunnen regenereren en bestaat uit vijf deelgebieden: bos-, weide-, landbouw-, vis- en bouwgrond. De behoeften van de fauna en flora worden niet meegerekend als we de footprint met de biocapaciteit vergelijken., daarom moet om ruimte voor natuur te behouden de biocapaciteit altijd hoger zijn de de feitelijke voetafdruk van een gebied.
3. vorm
Simultaan met het onderzoeken van containers als bouwstenen voor ons drijvend eiland zijn we op zoek gegaan naar een ordeningsprincipe.
Een wiskundige reeks of patroon met een bepaald systeem van verhoudingen kan als generatief principe het ontwerpproces richting geven en bepaalde vormkeuzes maken.
We zijn vertrokken van een digitaal cijfer bestaande uit zeven segmenten, die afzonderlijk of in combinatie te samen 128 combinaties kunnen vormen. De segmenten kunnen in de regel maar één keer voorkomen. Naast de tien gekende combinaties (0 tem 9) kunnen we nog eens 121 combinaties die samen te onderscheiden zijn in 7 combinaties van 1 segment, 21 uit 2, 35 uit 3, 35 uit 4, 21 uit 5, 7 uit 6 en tenslotte slechts één combinatie, acht, die bestaat uit alle segmenten. Het patroon vertoont een opvallende symmetrie en een complexiteit tussen orde en chaos.
Er werd voor een cirkel als vorm gekozen omdat de afstanden tot het midden beperkt blijven en geen hoeken heeft die circulaties of stromingen kunnen breken. Rekening houdend met de wet van Archimedes die zegt dat materialen met een hogere densiteit dan water ( staal , beton ) slechts dan zullen drijven als hun volume hoger is dan het volume water dat ze verplaatsen, hebben we moeten vaststellen dat het gebruik van kegels of bolsegmenten in de nabijheid van de kust geen optie is. De grote diepte van deze structuren zou dan misschien in de wijde oceaan een ideaal zijn, doch niet in ondiepe wateren voor een kustlijn.
Doch, om het schakelen en groeien tot archipels enerzijds en het verkeer tussen de eilanden anderzijds mogelijk te maken zijn cirkels zeer beperkend. Ze kunnen slechts over de ganse omtrek op één punt schakelen terwijl bij driehoeken al gauw 1/3 van de omtrek kan gebruikt worden. De cirkel werd vervangen door een zevenhoek. Een zevenhoek, omdat 35 en 21 veelvouden zijn van 7 en uit het wiskundige reeks zo meerdere scenarios konden worden geschreven.
We zijn uitgekomen bij vijf scenarios : twee scenarios voor alle deelgebieden, twee scenarios voor vier deelgebieden, één scenario met drie deelgebieden.
Op die manier is het wiskundige patroon een middel om zowel op één eiland te worden geprojecteerd als in het groeiscenario tot een archipel van 250 000 inwoners. Daarbij bepalen we slechts het begin en eindpunt waartussen de groei alle vormen kan aannemen.
4. materiaal
De drijvende platforms of schijven zijn, naar het voorbeeld van drijvende woningen in Nederland, opgebouwd uit geëxpandeerd polystreen ( piepschuim ). Dit is een zeer licht materiaal aangezien het bestaat uit 98% lucht. Het wordt niet aangetast door vocht en kan grote mechanische balastingen opnemen. Omdat het een monomateriaal is, een materiaal opgebouwd uit één materiaalsoort, is het bij uitstek geschikt voor recyclage. Omwille van stijfheid van het geheel wordt de EPS omhuld met een betonnen schil.
5. energie en zonering
Om haar zelforganiserend synergetisch systeem op een stabiele manier te realiseren, volgt de natuur steeds de weg van de minste weerstand, en dat is haar laagste energietoestand. Gebruikmakend van deze wetenschap kunnen we een ruimtelijke zonering het beste ordenen volgens haar energetische behoeften. Al naargelang van de groepering van behoeften ontstaan zo concentrische cirkels van verminderde energiebehoeften vertrekkende vanuit de intensieve gronden om op te bouwen via landbouw-, vis- en weidegronden tot de bosgronden, die we kunnen beschouwen als ingenieuze en autonome levensvormen. De zonering evolueert van een grotendeels geprivatiseerde zone naar een volkomen publieke zone.
Om de uitstoot van CO2 te minderen, willen we, zoals op vele eilanden gebeurt, het autoverkeer mijden en volledig inzetten op een goed uitgerust openbaar verkeersnet. Wegen en paden worden gecombineerd met waterwegen en windrichels die de wind kunnen leiden en door windmolens aandrijven. Daarnaast kan via golfgeneratoren energie gehaald worden uit het water. Op die manier krijgt de indeling in zones en sectoren een efficiënte en overzichtelijke inrichting die energie opwekt.
We hebben getracht aan de hand van een ontwerp voor een drijvend eiland zo ver mogelijk te geraken, maar zijn ons ervan bewust dat vele vragen onbeantwoord blijven en sommige zaken slechts oppervlakkig zijn benadert. Zo verdient het aspect energie meer uitwerking evenals de manier van schakelen tussen de platforms. Daarnaast zou het zeker interessant zijn om dieper in te gaan op de verschillende zones, in het bijzonder de bouwgronden. Via het model hebben we stedelijke contouren willen vastleggen en uit de opmaak blijkt hoe zwaar de bebouwde omgeving vergt van haar omgeving. De vraag is dan ook hoe we in de toekomst efficiënter de ruimte kunnen vergroten.






