Simplificatie van de metropolis-architectuur
Wat met de uitbreiding van bestaande wereldsteden of op til staande metropolen-XL? Hoe kunnen we leren uit de problemen van de hedendaagse tijd en de nieuwe technologiën implementeren om die steden aan te passen, te hernieuwen of compleet om te gooien? Twee vragen die van groot belang zijn in de ontwikkeling van het urbanisme op wereldschaal.
Vooreerst wil ik stellen dat architectuur, in mijn visie, zich niet beperkt tot gebouwen of verblijven maar alles is wat vormgegeven wordt door de manier waarop we leven of het ons maakt om zo te leven. Architectuur moet bijgevolg ervaren worden, het maakt van een statisch geheel een dynamisch samenhangsel die een verhaal probeert te vertrellen, en die kans moet krijgen door ter plaatste rond te dwalen. Een urenlange slentertocht doorheen een metropool leert ons meer dan een dagenlange zoektocht naar informatie. Met doortochten door enkele van deze wereldsteden achter de kiezen (zowel het Noord-Amerikaanse New York, San Francisco en Las Vegas als oosterse metropolen Hong Kong, Singapore, Kuala Lumpur en Bangkok) zou ik graag in dit kort essay een visie geven over hoe wereldsteden moeten evolueren doorheen de tijd en nieuwe toekomstige steden zich moeten opbouwen met een oog gericht op de toekomst.
Een stad als New York heeft zijn charmes, niemand die er woonde of ronddwaalde die mij hierin zal tegenspreken. De smeltkroes aan culturen in combinatie met de opbouwende architectuur en de geordende bedrijvigheid vormen van deze metropool een coherent samenhangsel. Zoals uitvoerig beschreven in ‘Delirious New York’ werd een principe toegepast ‘1 Skyscraper = 1 City’ waarbij de straat als het ware optrad als no man’s land. Deze tussenzone vormde net voor Le Corbusier het vitaal deel in zijn stad. Een stad die fungeert als orgaan, die vloeit, inkrimpt en uitzet naar de noden van het moment. Met de alsmaar stijgende inwonersaantallen moeten we denken aan morgen. Een logische volgende stap hierbij is een verticale gedachtengang, een stad opgebouwd uit layers met sublayers. Layers die transport, economie en cultuur op een manier verweven om een complementair geheel te vormen, waarbij als belangrijkste gedachtengang duidelijkheid, vanzelfsprekendheid of zelf simpliciteit in acht genomen moet worden. Een parametrisch onderzoek naar bestaande flows door verschillende manieren van transport kan ons een interpretatie opleveren hoe een transportsysteem moet opgevat worden en afgesteld kan worden gedurende een periode van een dag of een week om zo tot een complementair en coherent systeem te komen. Ik zie de toekomstige stad als een hypercity, ofte een verticale XL-Stad, waarbij alle functies op een hierarchische duidelijke manier georganiseerd zijn in een drie dimensionaal grid.
Deze logische opbouw moet doorgetrokken worden tot op de schaal van het gebouwde. Het streven naar een geconnecteerd geheel die inspeelt op de levenskwaliteit en de uitbreidbaarheid die noodzakkelijk is in een stad. Deze vanzelfsprekendheid kan bekomen worden door het invoeren van een architecture parlante, waarmee ik bedoel dat het gebouw een zeker verhaal in zich heeft en dat op een duidelijke manier naar buiten wil brengen. De architectuur moet iets zeggen, iets willen vertellen of ons een conclusie laten nemen die bij de functie van het gebouw hoort. Hierbij denk ik dan vooral aan institutionele gebouwen die nog steeds voor afstoot zorgen bij de bevolking. Het publiek maken van de werking zorgt voor meer begrip en leidt tot een creatief en interactief forum. Een goed voorbeeld hiervan is het ontwerp die Richard Rogers verwezenlijkte voor de Assembly of Wales in Cardiff, waarbij een opengewerkte transparantie in combinatie met een duidelijke layer opbouw een gebouw creeërt waar een gerechtsgebouw zich upgrade naar een public condensor waar conversatie en interactie centraal staan.
Een doordachte simplificatie van de metropolis-architectuur levert de beoogde logica op die van een xl-metropool een leefbare, kwaliteitsvolle en vooral aangename plaats maakt. Een overgang van horizontaal naar verticaal in combinatie met een doorgevoerd parametrisch onderzoek maakt van de stad een time-based location die inspeelt op het 24-uren patroon waarnaar we geëvolueerd zijn gedurende het laatste decennium.

